In haar debuutroman "Verbrande suiker" schetst Avni Doshi een eerlijk portret van de relatie tussen dochter Antara, een kunstenares die in het Indiase Pune woont, en haar moeder Tara die aan het dementeren is.
Terwijl Tara’s gezondheid langzaam maar onomkeerbaar achteruitgaat, wordt Antara verscheurd tussen de wil om een goeie, zorgzame dochter te zijn en het verlangen om recht te zetten wat haar moeder haar heeft aangedaan tijdens haar jeugd, een jeugd verstoken van enig moederlijke genegenheid: “Ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik nooit plezier heb beleefd aan de ellende van mijn moeder. Als kind leed ik door haar toedoen en alle pijn die zij daarna doormaakte kwam me voor als een soort terugbetaling; het opnieuw in evenwicht brengen van het universum, waar de rationele orde van oorzaak en gevolg in balans zijn.” Zo luidt de eerste zin in het boek.
Aan de hand van de herinneringen van Antara weten we dat haar moeder haar liefdeloze huwelijk opgeeft om zich aan te sluiten bij een ashram en er de vrouw wordt van de grote leider Baba. Als die haar aan de kant zet voor een andere, sleurt ze haar dochter mee de straat op, stopt haar in de hel van een kloosterschool en gaat uiteindelijk ook nog eens een onconventionele en onbevredigende liefdesaffaire aan met een kelner/kunstenaar.
Het verhaal is volledig gebaseerd op Antara’s emoties, hoe ze omgaat met de disfunctionele moeder-dochterrelatie en hoe het ook gevolgen heeft op haar nieuwe relaties, haar kijk op het moederschap en op de liefde.
Verbrande suiker werd genomineerd voor de Booker Prize 2020. Het is een fascinerend verhaal waarbij de rol van het geheugen onlosmakelijk verbonden is met de evolutie van de gevoelens tussen moeder en dochter. De schrijfstijl is intelligent en doorspekt met een humor waardoor grote levensvragen de lezer blijven boeien tot de laatste bladzijde.
Dit is maar een van de leestips van Bettina, de wereldreiziger van De Leesbrigade.