Twee weken weg

Als je op zoek bent naar een zacht verhaal uit een meer onschuldige tijd, plaats dan R.C. Sherriff’s Twee weken weg op je leeslijst.

Deze roman, voor het eerst gepubliceerd in 1931, vat perfect de kleine geneugten samen van een gezin dat aan hun jaarlijkse vakantie naar de Engelse kust begint. We maken kennis met elk lid van de familie Stevens - Meneer Stevens, een kantoormedewerker, zijn toegewijde vrouw mevrouw Stevens en hun drie kinderen, Mary, 20, Dick 17 en Ernie, 10 - terwijl ze zich voorbereiden op hun tijd weg. De ochtendkrant wordt afgezegd,  hun parkiet wordt aan de buurvrouw  bezorgd, het gas moet worden uitgezet en alles moet op slot behalve het raam in de bijkeuken voor Poes. 

Hun reis naar Bognor Regis, aan de kust van West Sussex, wordt tot in detail beschreven, inclusief de wandeling naar het treinstation vanaf hun rijtjeshuis aan Corunna Road 22 in Dulwich, en de lange reis met de trein, via Clapham Junction, tot verder naar "Seaview", het vakantiehuis dat ze elk jaar huren sinds hun huwelijksreis meer dan 20 jaar eerder.

Ook al is dit verhaal 90 jaar oud en vertelt het over een reis die we nu 'staycation’ zouden noemen, het zit boordevol herkenbaarheden: de planning die bij elke reis hoort, de nodige budgettering; de nervositeit over het missen van, in dit geval, treinen, de lichte paniek wanneer je je realiseert dat je meer dan halverwege je vakantie bent; en het verdriet dat je voelt wanneer het tijd is om je koffer in te pakken om naar huis te gaan.

Er gebeurt niet veel in het verhaal, maar het is op zo een mooie en inzichtelijke manier geschreven, doorspekt met milde humor, dat het er nauwelijks toe doet. Het is ook een fascinerende historische kijk op de details van binnenlandse reizen in een ander tijdperk. Ik vond het geweldig, nostalgisch herkenbaar en een rustgevend terugkeren.