Lang geleden dat ik nog zo van taalvirtuositeit genoten heb als van Max Porters schrijfkunsten in zijn tweede roman Lanny. In amper 213 pagina’s creëert hij een slaperig Engels dorpje vol jaloerse buren, aangespoelde yuppies én een mythische verschijning in de figuur van ‘Dead Papa Toothwort’ (in de Nederlandse vertaling werd dit ‘Dode Papa Scheurwortel’).
Porter laat zijn personages én het dorp afwisselend aan het woord. Eerst en vooral is er Lanny, een fantasierijke jongen die zingend door het leven gaat en allerlei dingen in het bos verzamelt. Zijn moeder is een voormalige actrice die smeuïge thrillers neerpent en zijn meestal afwezige vader werkt in de Londense City. Ook Mad Pete, een controversiële kunstenaar die Lanny teken- en schilderles geeft komt aan het woord. Daarnaast is er ook nog Dead Papa Toothwort. Hij is een soort ‘Green Man’: een mannelijke figuur die steevast met klimop of meidoorn wordt afgebeeld. Meestal wordt hij ook met nieuw leven en (her)geboorte geassocieerd. Hier luistert hij naar de verschillende stemmen van het dorp – van huiselijke taferelen, racistische uitspraken tot dronkenmanspraat - maar zijn voorkeur gaat toch uit naar die van Lanny, vol kinderlijke fantasie. Dit meerstemmige dorpskoor lijkt wel een afspiegeling van de Britse samenleving, vol diverse opvattingen en achtergronden.
Het tweede deel van het boek brengt een grote twist in het verhaal – wees gerust, geen spoilers – maar het zorgde ervoor dat ik Lanny zo snel mogelijk uit wilde lezen. Na Grief is a thing with feathers en nu deze sterke opvolger weet ik het zeker: Max Porter is een auteur om goed in de gaten te houden!
Dit is maar één van de besprekingen van Yasmien, de anglofiel van De Leesbrigade.