Abdolah beschrijft het verhaal van twee oude mannen, Herman Raven alias Zayed Hawass en Abdolkarim Ghasam. Zayed is de laatste jaren zijn geheugen aan het kwijtspelen. Hij weet bijna niets meer, op het feit na dat hij vroeger Egyptoloog en professor was. Hij houdt een groot geheim achter en de enige die het geheim écht kent, is zijn beste vriend Abdolkarim. Zayed heeft namelijk in zijn eigen kelder een graftombe met een waardevol object, een mummie van een echte farao. De mannen hebben één missie: de mummie moet terug naar het land van herkomst, Egypte.
Het ontroerend verhaal imponeert door de herkenbaarheid. Vanaf de eerste bladzijde veroveren de twee oude mannen je hart door hun hartelijkheid, trouw en eerlijkheid. Anderzijds zorgen Abdolahs sterke beschrijvingen ervoor dat je als lezer heel scenisch een beeld krijgt van de gebeurtenissen: je neemt zo de bus naar Leiden of Den Haag, je zit in de moestuin van Abdolkarim, in de kelder van Herman, je komt langs Zoetermeer en wandelt meermaals langs de Haagse Vliet, je ervaart wat ouderdom en dementie teweegbrengt, je voelt hoe het is om ernaar uit te kijken terug te keren naar je thuisland.
En al is het waarschijnlijk niet Abdolahs beste literaire uitdaging, het boek leest bij momenten als een waargebeurd, sfeervol sprookje dat het lezen ervan meer dan waard is.
Dit is maar een van de leestips van Bettina, de wereldreiziger van De Leesbrigade.