Dit manuscript uit de collectie van de Openbare Bibliotheek Brugge ontstond aan het eind van de 13de eeuw. Bijzonder zijn de talrijjke figuurtjes in de marge aan het begin van ieder hoofdstuk. Vaak zijn het pikante of curieuze taferelen, maar soms ook heel realistische voorstellingen van het dagelijkse volksleven. 

drolerie1.jpg

Omstreeks 1250 compileerde de dominicaan Vincent van Beauvais (1190-1264) één van de omvangrijkste encyclopedieën uit de middeleeuwen: het Speculum maius. De enorme verzameling was bedoeld als hulp bij het prediken. Het werk is opgedeeld in drie delen: het Speculum naturale (32 boeken), het Speculum doctrinale (18 boeken) en het Speculum historiale (31 boeken). Van dit laatste deel maakte Jacob van Maerlant een Middelnederlandse bewerking, de Spiegel historiael (1284-88).

Manuscript 251 uit de Openbare Bibliotheek Brugge ontstond aan het eind van de 13de eeuw in Noord-Frankrijk, dat toen deel uitmaakte van het Graafschap Vlaanderen. Het handschrift bevat de eerste negen boeken van het Speculum doctrinale. Diverse onderwerpen komen aan bod, waaronder retorica, meetkunde, astronomie, anatomie en rechtspraak. Bijzonder aan dit exemplaar zijn de talrijke figuurtjes in de marge aan het begin van ieder hoofdstuk. Deze zogenaamde drolerieën zijn vaak karikaturaal, zoals de hybride wezens met een mijter of een vrouw die een vedel speelt met een hark als strijkstok. Pikanterie wordt hierbij niet geschuwd. Op f. 299v zien we bijvoorbeeld een vrouw met spinrokken die een witte kater achtervolgt met genitaliën in zijn muil.

drolerie2.jpg

Naast deze curieuze taferelen zijn ook meer realistische voorstellingen van het dagelijkse volksleven aanwezig. Zo staat op f. 149r een populair balspel afgebeeld: het choulen of tsollen. Dit op hockey lijkend balspel werd in een open veld gespeeld, waarbij twee teams een eivormige houten bal, de choulette, in een doel moeten slaan. De doelen liggen vaak op grote afstand van elkaar en kunnen een schuurdeur, dorpspomp, kerk, of molen zijn. Op f. 149r zien we twee spelers, respectievelijk met een witte en zwarte slagstok. Een derde speler geeft aanwijzingen en een vierde staat klaar om in te grijpen. De molen afgebeeld in de marge kan een mogelijk doel zijn.

Ook verschillende muziekinstrumenten zijn vertegenwoordigd. Op f. 191r zijn twee populaire muziekinstrumenten uit die tijd afgebeeld: de eenhandsfluit en trom. Zoals de naam suggereert gaat het om een met één hand bespeelde fluit en een trom waarop de fluitspeler zichzelf met de andere hand ritmisch

drolerie3.jpg

begeleidt. Op dezelfde folio is ook een poppenkast met publiek weergegeven en een harpspelende nar. Het geheel doet denken aan een volks, rondtrekkend kermisgezelschap.

Een ander muziekinstrument dat afgebeeld wordt, is de doedelzak (f. 1r, 222r, 254v). De doedelzak was één van de belangrijkste muziekinstrumenten van de hofcultuur op dat moment. Ondanks de interessante informatie die de afbeeldingen ons geven over het uitzicht en de speelwijze van de doedelzak, is het scabreuze nooit veraf. Op f. 1r zien we een figuur die een doedelzak bespeelt, terwijl een naakte man naar hem zwaait en naar zijn eigen geslachtsdelen wijst. Een duidelijke verwijzing naar de link tussen fallus/scrotum en schalmei/luchtzak.

Manuscript 251 zal in de eerste fase van het MMMONK-project gedigitaliseerd worden. De beelden worden op het einde van dit jaar online beschikbaar gesteld. Door middel van IIIF zal kunnen worden ingezoomd op alle kleine details, waaronder de vele drolerieën. Een fantastische kans, want de scabreuze en realistische figuurtjes zijn de moeite waard om van dichterbij te bekijken.