De boekverkoopster van Parijs

Als de Amerikaanse Sylvia Beach in 1919 in Parijs een Engelstalige boekenwinkel opent, weet ze niet dat ze geschiedenis schrijft.

De lichtstad was toen een place-to-be voor schrijvers, kunstenaars, filosofen en andere culturele grootheden. Haar boekenwinkel werd een toevluchtsoord voor expats, Fransen die op zoek waren naar Engelstalige boeken, en schrijvers als Ernest Hemingway, James Joyce, Gertrude Stein, Ezra Pound, F. Scott Fitzgerald en vele anderen van The Lost Generation. Hier bloeiden literaire vriendschappen en niet op zijn minst die tussen Sylvia en James Joyce zelf.

Wanneer Joyce's controversiƫle roman Ulysses, die via fragmenten en artikelen in tijdschriften was gepubliceerd, in de Verenigde Staten werd gebannen, besluit Sylvia het manuscript via haar boekenwinkel Shakespeare and Company te publiceren en te verspreiden.

De auteur wijst erop dat dit boek een fictief portret is van Sylvia Beach vanaf de start van de winkel in 1919 tot in 1936. Maar vele zaken berusten op waarheid: zo is de relatie tussen Joyce en Sylvia  gebaseerd op de memoires van Sylvia zelf. Joyce wordt hierbij zorgvuldig geportretteerd: zijn eivormig hoofd, zijn wandelstok, zijn hondenfobie en zijn slecht gezichtsvermogen (glaucoom).

Kerri Maher biedt op het eind van haar boek een beknopte bibliografie aan van boeken waar je de feiten werkelijk kan achterhalen. Het is prachtig hoe de roman je meeneemt naar de tijdsgeest van het Parijs in de eerste helft van de twintigste eeuw. En een ontdekking te lezen dat dankzij deze vrouw Ulysses van Joyce een literaire klassieker is kunnen worden.

Bettina

 

 

 

Dit is maar een van de leestips van Bettina, de wereldreiziger van De Leesbrigade.