Boek
Nederlands

Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken : roman

Arjen Van Veelen (auteur)

Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken : roman

Arjen Van Veelen (auteur)

Andere formaten:

Besprekingen

Hij wilde dat ik met hem opliep

Arjen van Veelen maakt in zijn essayistisch getinte roman Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken een queeste naar Alexander de Grote. Het mondt uit in een eerbetoon aan zijn vroeggestorven vriend, de schrijver Thomas Blondeau (1978-2013).

Dat de romanvorm een huis met oneindig veel kamers en vertrekken is, daar kijken we sinds pakweg James Joyce niet echt meer van op. Auteurs kneden het genre naar eigen goeddunken en smokkelen steeds vaker essayistiek binnen. In het geval van Arjen van Veelen (°1980) verbaast dat allerminst. Van Veelen, columnist bij NRC Handelsblad, ontpopt zich sinds bijna een decennium als een kundig en schrander ontmantelaar van de hysterie van onze tijdgeest, onder meer in bundels als Over rusteloosheid (2010) en in En hier een plaatje van een kat (2013). Dat zijn eerste roman een mengeling van reisverhaal, elegie, rouwbulletin en historische queeste is, zat er ergens aan te komen.

In het autobiografische Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken volgen we een bevlogen jonge schrijver-journalist, die zich voorbereidt op een boek over Alexander de Grote. Sinds kort verblijft hij in het Amerikaanse Saint Louis, waar zijn vrouw (we herke…Lees verder

Een web voor T(h)omas

Roman. De Nederlandse essayist Arjen van Veelen brengt vanuit Egypte een eerbetoon aan zijn overleden vriend, de Belgische schrijver Thomas Blondeau.

'Onder het strand, het zand!' Arjen van Veelen hoorde het ooit uit de mond van zijn goede vriend 'Tomas', toen ze langs een opengebroken straat kwamen. Hij wist toen nog niet dat Tomas verwees naar de befaamde zin ' Sous les pavés, la plage'. Dankzij Tomas leerde hij dus bij over de Parijse studentenopstanden - hij leerde wel vaker bij van zijn vriend. Maar wat betekende Tomas' variant? Betekende ze wel iets?

Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken voert de lezer van Alexandrië naar Leiden en Amsterdam, met tussenstops in de VS en West-Vlaanderen. Altijd zit Arjen van Veelen zijn vriend Tomas op de hielen. 'Tomas', zonder H, staat voor Thomas Blondeau (1978-2013). Van Veelen leerde de latere dichter en romancier kennen in Leiden, waar hij rondreed in een oude Mercedes, Van Veelens lesnotities opeiste en de toekomstige essayist wijsneuzerig leestips opdrong. Het is zo'n typische mannenvriendschap, met vertoon van borstkl…Lees verder

Heel ingenieus, misschien wel iets te

Adriaan Veelen schrijft in zijn debuutroman een knappe ode aan zijn overleden vriend, de schrijver Thomas Blondeau. Maar waar blijft hij zélf?

Tegen het eind van Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken, de debuutroman van Arjen van Veelen, bezoekt de naamloze hoofdpersoon het huis in Alexandrië waar de Griekse dichter K.P. Kaváfis (1863 - 1933) de laatste 25 jaar van zijn leven heeft gewoond - nummer 24 op de lijst van dingen die je gezien moet hebben in de Egyptische stad, volgens TripAdvisor.

Op het moment dat hij de slaapkamer van de overleden dichter betreedt, denkt hij aan een andere slaapkamer van een overleden auteur. Zijn beste vriend Tomas, in wie de Vlaamse schrijver Thomas Blondeau, in 2013 onverwachts overleden door een slagaderbreuk, is te herkennen.

Blondeau was een van Van Veelens beste vrienden en de hoofdpersoon deelt dan ook veel biografische gegevens met de auteur: gestudeerd in Leiden, journalist, wonend in St. Louis, getrouwd met een microbioloog. Van Veelen, die eerder twee essaybundels schreef, doet bovendien weinig moeite om van T…Lees verder

Balsem van taal

Vier jaar geleden overleed Thomas Blondeau. Zijn Nederlandse vriend Arjen van Veelen wikkelt de herinneringen aan zijn Vlaamse dichtersvriend in een prachtige literaire lijkwade.

Uiteindelijk heeft de literatuur slechts één doel: de dood bezweren. Zeker, een mooie zin kan je dag goedmaken en een welgemikt gedicht levert je misschien een lief op, maar de dood zal altijd aan het langste eind trekken. Elk neergepend woord is dan ook een – vaak vergeefse – poging om onsterfelijkheid te bewerkstelligen.

Aan dood geen gebrek in de debuutroman van Arjen van Veelen. Nadat zijn goede vriend en Vlaamse schrijver Tomas is overleden, reist de verteller, ‘Arjen van Veelen’, naar St. Louis, waar zijn vrouw als microbiologe in een gespecialiseerd lab aan de slag kan. Van Veelen noemt het zijn ‘vervroegd pensioen’: na een carrière als journalist wil hij nu rustig aan zijn boek over Alexander de Grote werken. Daar komt weinig van in huis. Hij lummelt wat rond, maakt almaar langere wandelingen met zijn kat, grasduint op het internet door executiefilmpjes van IS en mijmert over de lange caféavonden met zijn illustere vrien…Lees verder

In deze roman probeert de auteur (1980) de dood van een jonggestorven vriend te verwerken. Dergelijke bezwering van verdriet is een thema in de kunst waarin Percy Shelley, Francis Bacon en Neil Young hem voorgingen. De auteur koppelt zijn contemplaties over zijn overleden vriend aan een beschrijving van zijn verblijf in Amerika en zijn odyssee naar Alexandrië, waar hij op zoek gaat naar de tombe van Alexander de Grote. Zijn zoektocht blijkt tevergeefs en uiteindelijk vindt hij alleen zichzelf. Arjen van Veelen heeft klassieke talen gestudeerd, in diverse media gepubliceerd en twee essaybundels geschreven. Dit is zijn derde boek. Het verhaal getuigt niet alleen van grote kennis van het verleden maar is ook diep geworteld in het heden: zelden is de leegheid van de sociale media zo treffend beschreven. Een indrukwekkende roman, die de auteur weinig troost lijkt te bieden. Hier passen slechts de woorden van Shelley: ‘Peace, peace! He is not dead, he does not sleep. He has awakened from th…Lees verder