In het meeslepende boek "Alles wat had kunnen zijn" worden twee verhalen afwisselend verteld. Samen vormen ze een aangrijpende reflectie op de kloof tussen arm en rijk. 

Aan de ene kant hebben we Wúràolá, een succesvolle jonge dokter uit een welgesteld gezin. Haar moeder, Yèyé, ziet haar graag trouwen met Kúnlé, de zoon van een opkomende politicus. Ook voor traditionele Wúràolá lijkt een huwelijk de natuurlijke gang van zaken te zijn. Haar levendige jongere zus, Mótárá, heeft echter twijfels. Ze ziet hoe de charmante Kúnlé haar krachtige zus mishandelt en haar kneed tot een onderdanige vrouw. 

De luxe van het ene gezin staat in schril contrast met dat van Eniolá. Zijn vader verliest zijn baan als leraar en sluit zich depressief op. Zijn moeder probeert wanhopig geld bijeen te sprokkelen voor eten en het schoolgeld van de kinderen. Eniolá, die allerlei klusjes doet bij een kleermaker, wordt uiteindelijk geconfronteerd met de harde realiteit wanneer zijn moeder hem op pad stuurt om te bedelen. Eniolá is ervan overtuigd dat een goede opleiding zijn ticket uit armoede is. Wanneer hij hoort dat het bijeengesprokkelde geld enkel zal gebruikt worden om het schoolgeld van zijn slimme zusje te betalen en hijzelf van school af moet, slaan bij hem de stoppen door. 

De levens van beide families kruisen elkaar wanneer Eniolá zich aansluit bij een ronselende politicus. Dit met desastreuze gevolgen voor alle betrokkenen. 

Ayọbámi Adébáyọ is een begenadigd verteller. Ze brengt niet alleen boeiende verhalen, maar levert ook een krachtige aanklacht tegen zowel staatsgeweld als persoonlijke ontberingen. Op indringende wijze weet ze de meedogenloze samenleving in Nigeria te portretteren, met de schrijnende kloof tussen arm en rijk.

Els

 

 

 

Dit is maar een van de leestips van Els, de omnivoor van De Leesbrigade.