De collectie handschriften en oude drukken werd uitgebreid met respectievelijk twee en zestien exemplaren. Dit gebeurde door aankoop bij particulieren en bij binnen- en buitenlandse antiquaren en veilinghuizen.

Venetiaanse druk

Bijzonder zijn twee Brugse boekbanden. De decoratie van de zestiende-eeuwse boekband om een Venetiaanse druk uit 1553 met medisch werk van Joannis Bacchanelli (ca. 1508-1571) (HF 909), aangekocht op een veiling in Duitsland, verwijst naar Brugge en Gent. Voor- en achterplat zijn identiek versierd met decoratieve florale panelen die worden gescheiden door een fries met de afbeelding van drie dansers met een vrouw, en met een doedelzakspeler.
Reeds in 1928, en op gezag van de Brugs-Engelse oudheidkundige James Weale,   vroeg de eminente boekbandhistoricus Ernst Philip  Goldschmitt (1887-1954), aandacht voor deze fries, die hij toewijst aan de Brugse binder Ludovicus Bloc (+ 1529), waarvan nog werk in het bezit is van Brugse bibliotheken. Werden Blocs stempels ook nog na zijn overlijden gebruikt of is hier een anonieme binder aan het werk die met nieuwe stempels de ‘oude’ stempels nabootste. Dit thema van de “boerendans” kwam in de eerste helft van de zestiende eeuw in meerdere varianten voor, zo leert ons een studie van (de wat vergeten boekbandenkenner) Prosper Verheyden.

Gaillard

De tweede bijzondere band is negentiende-eeuws, en komt uit de Brugse werkplaats van Jan Jacob Gailliard (1801-1867), vooral bekend als oudheidkundige, maar beroepshalve aan de slag als boekbinder, onder meer in de Breidelstraat. Dit fraai roodmarokijnen bandje met florale motieven in goudopdruk en met precieus sierpapier als dek- en sierbladen maakte hij in opdracht van één van de grootste Brugse boekenverzamelaars ooit, Anselm vanden Bogaerde (1776-?). De bibliotheek van deze bibliofiele vrijgezel stond bekend om zijn zeldzame boeken. Het bandje zit omheen een anonieme Traité  des anciennes ceremonies waarin kerkelijke rituelen worden beschreven, en getaxeerd op hun superstition (HF 906). “Het is een zeldzaam drukje”, stelt Anselm fier in een notitie in het boek, “dat ik kon kopen op een Brugse veiling in 1828 en ik liet inbinden en mar. r. par Jean Gailliaert”.

Een zwaartepunt blijft de productie van Brugse drukkers, vanaf de incunabelentijd. Het drukkersfonds van Joseph van Praet, drukker-uitgever in de Kuipersstraat van 1762 tot 1792, is bijna compleet in bezit; dit jaar kon daar nog een bescheiden drukje worden aan toegevoegd, De martelaer van het geheim der biegte of het leven van den H. Joannes  Nepomucemus (Brugge: Joseph van Praet, [1766]) (HF 917). De Praagse bisschop Johannes Nepomucemus, heilig verklaard in 1729, is prominent aanwezig in het Brugse stadsbeeld.

Tot de kleinoden behoort een tot op de draad versleten almanakje uit 1795, gedrukt door Petrus Parrain, een kleine drukker in de Breidelstraat, in een vervuild perkamenten omslagje (HF 912). Almanakken leenden zich uitstekend als notitieboekjes: familiegebeurtenissen, aankopen van voedselvoorraden, financiële transacties, enz. In dit almanakje van de familie Wybo uit Meetkerke werd een rare rekening bijgehouden: geleeverd aan Philippus twee kletsen tegen zin smoel; ontfaen van hem een muylpeere.

Bekende Brugse auteurs blijven een speerpunt in de collectie, met onder meer een fraaie verzameling werk van de Spaans-Brugse humanist Juan Luis Vives (1493-1540). In een Bazelse druk van 1538 verzamelde drukker-uitgever Robert Winter verschillende Vivesteksten, met onder meer Declamationes Sullanae, vijf redevoeringen over de Romeinse dictator Sulla, uit 1521 en het kleine traktaatje over het verdeelde Europa tegenover de Ottomaanse dreiging uit 1526, beide geschreven in Brugge (HF 915).

Vives en zijn vrouw Margaretha Valdaura werden in Brugge in de Sint-Donaaskerk begraven, en hun grafschrift (p. 45-46) staat in een nieuw aangekocht en zorgvuldig samengesteld manuscript met grafschriften in Brugse kerken (handschrift 763). Dit achttiende-eeuwse handschrift komt uit de adellijke Brugse bibliotheek van baron de Bisthoven, zo blijkt uit het fijne heraldisch ex-libris op de het schutblad voorin. De hierboven genoemde Jan Jacob Gailliard maakte in de eerste helft van de negentiende eeuw gebruik van dit handschrift voor zijn genealogisch werk.

ms 763

Manuscript 764 sluit hier nauw bij aan. Het is een losbladig handschrift op papier met historische nota’s over kerken en kloosters in Brugge, verlucht met pentekeningen van graf(gedenk)tekens. Dit hybride manuscript dient verder te worden onderzocht. Beide manuscripten, 763 en 764, vormen een welgekomen aanvulling bij de reeds rijke verzameling funeraire handschriften.

Boeken worden ook verworven als getuigen van leescultuur en boekengebruik. Uit particulier bezit werd een bijzonder exemplaar van de driedelige Chronyke van Vlaenderen (Brugge: Andries Wydts, 1726-1736) (in vier volumes) (HF 907) verworven. De voormalige bezitter liet tientallen losse kaarten mee inbinden gerelateerd aan het verhaal van de kroniek, vooral kaarten die verband houden met stadsversterkingen en militaire campagnes en met de politieke geschiedenis  tijdens de zeventiende en vroege achttiende eeuw in onze gewesten. Het gaat onder meer om een Plan de la ville d’Ipres van de Parijse kaartenmaker Gaspard Baillieu; het Plan du siege de la ville de Menin (Brussel: Eugene Frickx, 1706) en een prent met de inhuldigingsceremonie van Karel VI als graaf van Vlaanderen op 18 oktober 1717.

Een heel bijzonder provenance brengt ons middenin het Brugse humanistenmilieu van de zestiende en zeventiende eeuw (HF 921). Op de titelpagina van een boekje teksten over Romeins recht, in 1564 gedrukt in de Officina Goltziana, schreef de auteur, de Brugse jurist Jacob Reyvaert (ca. 1535-1568) , een opdracht voor Adolf van Meetkerke (1528-1591), een geleerde tijdgenoot die nauw verbonden was aan Goltzius Brugse kring en de hoogste politieke kringen in de Nederlanden frequenteerde. Na Meetkerke kwam dit boek in handen van Jan de Wree (1596-1652) ), eveneens een jurist die in de eerste helft van de zeventiende  heel erg aanwezig was in het stadsbestuur van Brugge.